Opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte Geplaatst op Monday, 22 January, 2018

Al sinds 2012 is de wetgeving aangaande de opbouw en afschrijven van vakantiedagen tijdens arbeidsongeschiktheid aangepast. Toch komen er de laatste tijd weer veel vragen op het secretariaat binnen over hoe het nu zit met de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte. Hierbij daarom nog even een opfrisberichtje over dit onderwerp. Een arbeidsongeschikte en niet arbeidsongeschikte werknemer worden op gelijke wijze behandeld aangaande de opbouw van vakantiedagen. De arbeidsongeschikte werknemer bouwt dus ‘gewoon’ vakantiedagen op tijdens de periode dat hij niet werkt wegens ziekte, en wel tijdens zijn gehele ziekteperiode. Wordt de werknemer ziek, blijft hij dus gewoon vakantiedagen opbouwen. Als de werknemer in de periode van arbeidsongeschiktheid op vakantie gaat, worden deze vakantiedagen dus ook gewoon afgeschreven van zijn verlofsaldo. De werknemer bouwt net zo goed vakantiedagen op als een niet-arbeidsongeschikte werknemer en u schrijft net zo goed vakantiedagen af als hij op vakantie gaat als bij ieder andere werknemer.

Het enige verschil is de hoeveelheid vakantiedagen die er worden opgebouwd. Op basis van de CAO voor Tankstations en Wasbedrijven, bouwt de werknemer zijn wettelijke vakantiedagen op. Volgens de CAO voor Tankstations en Wasbedrijven bouwt een fulltime medewerker in onze branche 20 wettelijke vakantiedagen op en 5 bovenwettelijke, 25 in totaal dus. Wordt een werknemer arbeidsongeschikt, dan bouwt hij in deze periode (naar rato) dus enkel de wettelijke dagen op. Als hij op vakantie gaat, worden deze dagen gewoon volledig afgeschreven van zijn opgebouwde saldo.

De zaken worden iets gecompliceerder wanneer de werknemer langdurig arbeidsongeschikt is en we te maken krijgen met de verjaringstermijn. Althans, daarvoor geldt nog steeds dat hij de 20 wettelijke vakantiedagen opbouwt, maar de verjaring van de opgebouwde dagen kan anders verlopen als bij de niet-arbeidsongeschikte werknemer. Ook hier is weer het uitgangspunt dat de arbeidsongeschikte en niet-arbeidsongeschikte werknemer gelijk worden behandeld. (Wettelijke) vakantiedagen vervallen binnen 6 maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Oftewel, neemt een werknemer zijn vakantiedagen niet voor 1 juli van het volgende jaar op, vervallen als zijn vakantiedagen, dit geldt in beginsel ook gewoon voor arbeidsongeschikte werknemers. Reden temeer dus om de werknemer hierop te wijzen en hem te stimuleren (met toestemming van de arbo-arts) om op vakantie te gaan. Hiermee wordt ook voorkomen dat je na een periode van 104 weken arbeidsongeschiktheid, en de werknemer in principe uit dienst gaat, nog een stapel aan opgespaarde vakantiedagen moet uitbetalen.

Al dit is alleen anders wanneer u te maken heeft met een 100% arbeidsongeschikte werknemer waarvan in alle redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij vakantie kan genieten (in de periode van arbeidsongeschiktheid). Is uw werknemer volledig arbeidsongeschikt, heeft geen enkele mogelijkheid om aangepast werk te doen, te re-integreren of op wat voor manier dan ook werkgerelateerde inspanningen te verrichten, dan was iemand ook niet in staat vakantie te genieten. De vakantiedagen van deze arbeidsongeschikte werknemer vervallen pas na 5 jaar en dienen dus vaak bij het einde van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid volledig uitbetaald te worden. Let wel, dit gaat dus over de opbouw van vakantiedagen tijdens ziekte wel over 20 dagen bij een fulltime dienstverband (en niet over 25 dagen) en geldt alleen als de werknemer dus ook inderdaad ook tijdens zijn ziekte daadwerkelijk ook niet op vakantie is geweest.

Heeft u hierover nog vragen over vakantiedagen tijdens arbeidsongeschiktheid, neemt u dan gerust contact op met het BETA Wassen-secretariaat op telefoonnummer 010-240 06 06, n

Keer terug naar het nieuwsoverzicht